
“De kunst van het begeleiden van mensen met een beperking is toch vooral het aangaan van een relatie waarin jij voorspelbaar bent. Dit betekent dat je laat zien dat je weet wat nodig is en veiligheid biedt. Meestal bouw je vrij snel een lijntje op dat sterk genoeg is om heel te blijven. Ook na bijvoorbeeld een paar vrije dagen pak je dan de draad weer op en bouw je verder.
Voor Annabel werkt het net even anders. Elke dienst begin je opnieuw met het leggen van het lijntje. Soms gaat het snel, soms duurt het uren of lukt het helemaal niet.”
“Als ik bij Annabel binnenloop, slaapt ze nog lichtjes. Ze wordt wakker van mijn aanwezigheid. Met één oog open kijkt ze me aan, neemt ze me eens goed in haar op en doet ze vervolgens haar oog weer dicht. “Goedemorgen, Annabel,” zeg ik. ‘Ik ben er vandaag voor jou’. Het ene oog gaat weer open, nu ook het tweede oog en zachtjes zegt ze: “Hoi”. “Goedemorgen lieverd,” zeg ik terug en ik laat haar even bijkomen.
Sneller dan ik had verwacht ligt het eerste lijntje en ik doe mijn best dat vooral heel te houden. We kennen elkaar al even en voor ons werkt het goed om in alle rust de dag te starten. Ik ga bij haar zitten en kijk naar haar. Ze ligt er ontspannen bij, maar is nog niet klaar voor de volgende stap. Er komt een herhaling van zetten: “Hoi” en “Goedemorgen, ik ben er voor jou”.”
“Na een tijdje tilt Annabel ook haar hoofd op en dat is voor mij het teken om het volgende lijntje uit te gooien: “Heb je al zin om op staan? Dan gaan we naar de badkamer, lekker douchen”. Ze gaat rechtop zitten, trekt het dekbed nog even over zich heen en laat mij zo weten er nog niet helemaal klaar voor te zijn. Om haar ook te laten zien wat de volgende stap is, begin ik met het klaarleggen van haar kleding. In mijzelf pratend pak ik de spulletjes en Annabel volgt me met haar ogen.
Als ik alles heb gepakt praat ze me na: “…dan gaan we naar de badkamer”. Het lijntje is weer wat dikker geworden en als ze er dan ook nog aan toevoegt: “Ik ga mee.” weet ik dat ze klaar is voor de volgende stap. Ik reik haar mijn hand en nu zegt ze “Treintje?”. Annabel houdt van een grapje en een gebbetje en maakt op deze manier contact. Dus gaan we in polonaise richting badkamer: “Tjoeketjoeketjoeketjoek, Toettoet, volgende halte: Toilet, vergeet uw eigendommen niet” blijf ik in het thema. Samen lachen we om het grapje en daarmee is het lijntje flink aangedikt.”
“Als we alle ADL (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen) hebben afgerond, is het tijd voor het ontbijt. Het gaat zo goed dat ik nu een extra lijntje uitgooi. “Ga je mee boterhammen smeren?” vraag ik haar hoopvol. Het hoeft niet, maar wat extra beweging en even in een andere ruimte zijn, is een welkome afwisseling. Vaak zegt ze “Grapje!” en ploft dan op de bank, maar nu zegt ze “Treintje?”.
“Volgende halte: Keuken!” roep ik en begin met smeren. Annabel pakt uit de koelkast wat ze lekker vindt, maar moet uiteindelijk een keuze maken. Dat is net even te veel voor haar, dus stiefelt ze snel naar haar eigen, veilige kamer.”
“De ochtend verloopt verder goed en voor de lunch zijn er knakworstjes. Annabel houdt wel van een goeie hap, maar ze blijken toch nog te warm en niet klein genoeg gesneden. Ik neem het bord terug, snij de boel een beetje bij en laat het wat afkoelen. Maar als ik terugkom, is het gedaan met de pret. Met een rake klap probeert ze het bord om te gooien en mij te slaan. Dat krijg je ervan als je iemand iets lekkers voorhoudt en er dan weer mee vandoor gaat…
Nu komt het aan op veiligheid blijven bieden. Het bord heb ik goed vast en de klap kan ik ontwijken. Nu grijpt ze mijn T-shirt. Om te voorkomen dat ze het kapottrekt, hou ik haar hand vast en zeg rustig tegen haar dat ze mij mag loslaten en dat we weer gaan eten.
Annabel laat zich terugzakken in haar bankje, bekijkt het bord nog een keer en zegt: “Hapje?”. Zo snel als de onrust opkwam, is het ook weer verdwenen. We eten verder alsof er niets gebeurd is. Samen maakten we van de activiteit toch nog een succes en herstelden we de relatie.”
“Het heeft wel even geduurd voor ik zover was om in zo’n situatie het negatieve min of meer te negeren en meteen door te gaan. Vroeger zou ik zijn uitgestapt om het later weer te proberen. Maar voor Annabel betekent het dan dat de veilige ander er niet meer voor haar is en dat zij in een onzekere situatie achterblijft. Het lijntje is dan stuk.
Hoewel er echt wel spanning op het lijntje heeft gestaan, kunnen we toch door met de dag. We doen een spelletje Kiekeboe, leggen een puzzeltje en maken grapjes. Ik trek gekke bekken en Annabel steekt haar tong naar me uit en ik doe alsof ze “heeeeel ondeugend” is waar zij dan weer om moet giebelen.
Als ik naar huis ga zegt ze: “Tot de volgende keer!” en ik antwoord: “Tot de volgende keer, maar Koko gaat eerst op vakantie.”. Ze zwaait nog even naar me als de volgende begeleider het werk van mij overneemt en ik ga met een tevreden gevoel naar huis.”
“Als mijn manager tijdens mijn vakantie belt, weet ik dat er iets niet klopt. Ik laat de scenario’s even de revue passeren. Er wonen natuurlijk kwetsbare mensen op Reinaerde De Heygraeff, ook niet de jongste meer. Dus bel ik haar terug. “Ik weet dat je vakantie hebt, maar ik moet je vertellen dat Annabel vannacht in haar slaap is overleden...”.
Mijn oren suizen alsof ik net een dreun heb gehad. Annabel is zo’n beetje de jongste in ons cluster, dit nieuws had ik echt niet voor mogelijk gehouden. Als ik de telefoon weer neerleg, blijft het nog spoken natuurlijk.
Ik denk terug aan onze laatste dag samen. Het lijntje dat we die dag opbouwden, is definitief verbroken. Ik had haar heel graag nog veel beter leren kennen en willen ontdekken hoe we haar leven konden verrijken.
Toen ik terugkwam van vakantie, ging ik nog even op haar lege kamer zitten en luisterde ik naar de stilte. Even later klonken de grapjes die we maakten nog even na en toen voelde ik ook berusting. “Dag Annabel, tot de volgende keer…”.
Lees ook: Bijkletsen met Koko: “In De Maneschijn”
In de gehandicaptenzorg deel je het leven van dichtbij: de mooie momenten, maar soms ook het verdriet van afscheid. Werd jij geraakt door het verhaal van Koko? En wil jij ook die voorspelbare steunpilaar zijn voor een ander? Houd onze website en socialmediakanalen dan goed in de gaten of neem alvast een kijkje op onze werkenbij-website.
Onze gedachten gaan uit naar Annabel*, haar nabestaanden en onze collega’s die de eer hadden om haar te leren kennen.
*Dit is een fictieve naam